Op 26 juni 1921 vertrokken 123 renners uit Parijs voor de vijftiende editie van de Tour de France. De Tour de France 1921 telde 15 etappes en was met 5485 kilometer een van de langste rondes ooit. De gemiddelde snelheid lag op 24,724 kilometer per uur. Slechts 38 renners haalden de finish op 24 juli, opnieuw in Parijs. De route van deze ronde van Frankrijk ging met de klok mee: via het westen naar de zuidkust, door de Alpen en via het noordoosten terug naar de hoofdstad. Lees hier over de Belgische hegemonie onder leiding van de dominante Léon Scieur in 1921.
Tour de France 1921: Scieur pakt vroeg geel en houdt stand
De organisatie was in handen van L’Auto, en de koers werd gereden zonder ploegleiders, volgwagens of technische hulp. De renners moesten alles zelf doen. Er waren geen Nederlandse deelnemers, maar wel 29 Belgen, die de koers zouden domineren. De Fransen hoopten op een doorbraak, want sinds 1912 hadden alleen Belgen gewonnen. Maar al in de tweede etappe greep Léon Scieur de gele trui, en hij zou die niet meer afstaan.
De favorieten waren Philippe Thys, winnaar van 1920, en Firmin Lambot, winnaar van 1919. Maar beiden verkeerden in matige vorm. Thys stapte zelfs voortijdig uit de wedstrijd. Scieur, een taaie Belg uit Florennes, nam in de tweede rit de leiding over van Louis Mottiat. Hij won zelf twee etappes, maar vooral zijn regelmaat was indrukwekkend. Hij reed als een metronoom door Frankrijk, zonder zwakke momenten.
Belgische hegemonie onder leiding van Léon Scieur
De Fransen konden weinig uitrichten. Alleen Honoré Barthélémy reed sterk, met een etappezege en een derde plaats in het eindklassement. Hector Heusghem, ook Belg, won een bergetappe en werd tweede. Louis Mottiat was de man van de sprint, met vier etappezeges. De Belgen wonnen negen van de vijftien ritten en bezetten zeven van de tien eerste plaatsen. De Belgische hegemonie onder leiding van Léon Scieur was enorm.
- Bron: Wikimedia Commons. Agence de presse Meurisse. Agence photographique (commanditaire) | Bibliothèque nationale de France Référence bibliographique : Meurisse, 91041 Appartient à l’ensemble documentaire : Pho20Meu Image de presse Couverture : 25 juillet 1921 Langue : français Éditeur : diff. par l'Agence Meurisse (Paris)
- Bron: Wikimedia Commons. Onbekend/unknown/Collectie SPAARNESTAD PHOTO | http://www.spaarnestadphoto.nl (Fotonummer SFA001012888) Léon Scieur during the 1921 Tour de France, which he won.
- Bron: Wikimedia Commons. Agence de presse Meurisse. Agence photographique (commanditaire) | Bibliothèque nationale de France
- Bron: Wikimedia Commons. Agence Rol | Bibliothèque nationale de France
- Bron: Wikimedia Commons. Unknown authorUnknown author | Unknown sourceUnknown source
Léon Scieur, de onverzettelijke locomotief
Léon Scieur was geen flamboyante renner, maar wel een onverzettelijke. Hij reed met een litteken op zijn rug, veroorzaakt door een gebroken tandwiel dat hij tijdens een eerdere koers had meegedragen. Zijn bijnaam was “de locomotief van Florennes”. Hij won de Tour met een voorsprong van ruim achttien minuten op Heusghem. Barthélémy volgde op meer dan twee uur.
Scieur was een man van principes. Tijdens een etappe weigerde hij hulp van een toeschouwer die hem een wiel aanbood, omdat hij vond dat hij alles zelf moest doen. Die mentaliteit paste bij de Tour van toen: ruw, eerlijk en meedogenloos.
Bier, stof en een gebroken bril
In de etappe naar Bayonne reed Firmin Lambot door een wolk van stof, veroorzaakt door een kar die voor hem uitreed. Hij verloor zijn bril en reed tientallen kilometers met tranende ogen. Toch won hij de rit, en kreeg van de organisatie een nieuwe bril cadeau.
Tijdens de rit naar Metz stopten enkele renners bij een café om een glas bier te drinken. De hitte was ondraaglijk, en de dorst groter dan de drang naar snelheid. Een foto toont hen lachend met hun fietsen tegen de muur, alsof ze op vakantie waren. Maar na het bier stapten ze weer op, en reden verder alsof er niets gebeurd was.
Wist je dat?
- De langste etappe was 482 kilometer, van Les Sables-d’Olonne naar Bayonne
- De laatste renner, Henri Catelan, kwam 63 uur later binnen dan Scieur
- De wegen waren grotendeels onverhard, met stenen, stof en modder
- De renners moesten hun eigen banden plakken en reparaties zelf uitvoeren
- Er was geen volgwagen, geen radio, geen teamleiding: alleen de renner en zijn fiets





